groep 8
|
Wie gelooft mij niet?! Een verhaal geschreven door Frederieke Roording Tuhhuhhu. 'Opschieten', roept juf Klaartjes, 'de fluit is al gegaan!' De kinderen van juf Klaartjes klas stappen één voor één in de trein. Ze gaan op schoolreisje naar Emmen. Eerst de stad bekijken en daarna naar het dierenpark. 'Heel leuk,' vindt Jur. Maar ja, hoe kan het nou leuk worden zonder vrienden? Jur zit in de klas van juf Klaartjes. Hij wordt erg gepest, maar Jur is erg op zichzelf en kan het eigenlijk wel vinden in de klas. Het enige probleem is dat hij altijd zonder vrienden zit. 'Het is tijd!' roept juf Klaartjes. En de trein vertrekt. De Reis Zeg Greta, waar kan je die gevaarlijke groepen eigenlijk tegenkomen?' vraagt Jur nadat ze een uurtje hebben gelopen. 'Waarom denk je dat dit land Jeweethetnooit heet?' Daar is Jur even stil van. Dat is natuurlijk heel logisch. Ze lopen door allemaal tarwevelden. Opeens horen ze gegrom. Uit de tarwe rijst een man op. Hooivork in z'n hand, twee borstelige wenkbrouwen en een litteken op z'n gezicht. 'Wat moet dat daar,' gromt hij. 'W-We moeten rechtdoor naar het Woeste Woud.' 'Nou, dat gaat mooi niet door,' lacht de boer geniepig. 'Want dit is mijn land, dus wegwezen!' 'M-Maar....,' probeert Greta nog een keer. 'Wegwezen!' De hooivork duwde in de borstkas van Jur. Jur werd er heel bang van, maar hij moest erlangs. Ineens had hij een idee. 'Greta,' fluisterde hij. 'Greta, ben jij sterk?' 'Ja, natuurlijk.' Ze keek Jur aan en zag aan zijn ogen wat hij bedoelde. 'Pak mijn staart.' De boer keek argwanend naar hun. Opeens roept Greta: 'Eén, twee, drie!' En ze begon te vliegen. Moeizaam, maar het ging. De boer stak woedend met zijn hooivork in de lucht. Jur keek omlaag en lachte hem uit, want de vork miste steeds. Zo vlogen Greta en Jur door de lucht.
Met de tijdmachine naar het jaar 623!!!
Het is 20 december, en het is net Sinterklaas geweest. Joris is een van de populairste jongens van de klas. Hij kan niet zo goed leren, en hij houd al helemaal niet van geschiedenis. Ook heeft Joris ADHD, hij mag daarom elke dag om 11:15 een kwartier om de school rennen. Joris ouders zijn erg rijk, waardoor ze veel moeten werken.
Op een dag loopt Joris door de sneeuw, op weg naar zijn huis. Hij haalt de sleutels uit zijn zak en maakt de deur open. Niemand is thuis. Joris loopt naar de keuken, pakt popcorn en gaat TV kijken. “he, dat is mijn favoriete programma.” Joris kijkt naar Floris Van Rozenmond. Het programma speelt zich af in het jaar 623. Het programma gaat over een ridder in de middeleeuwen. En helaas, er zijn weer van die rot reclames. Hij zet de TV uit. Opeens hoort Joris buiten wat ritselen. Hij kijkt naar buiten. Joris ziet voetstappen in de sneeuw die vooruit gaan. De voetstappen gaan verder, maar Joris ziet niemand die de voetstappen maakt. Joris vind het doodeng. Maar Joris overwint zijn angst en loopt naar buiten, achter de voetstappen aan. De voetstappen gaan richting het park. Joris loopt er zonder te twijfelen achteraan. De voetstappen gaan langs het vijvertje en langs de grote dikke bomen. Opeens houden de voetstappen op met lopen, en alles is stil. Joris ziet tussen de dikke bomen iets moois glinsteren. Hij loopt er naartoe, en ziet dat het een diamant is. Joris pakt de diamant op, ineens begint alles te draaien.
Hij hoort een gil. “Wat gebeurt er?” Het gedraai stopt en Joris valt met een flinke smak op de koude grond. “Wat brengt u hier in het rijk van Dagonaut. Komt u van Unauwen ” zegt een man met ridderpak. Wat een gestoorde man denkt Joris. Hij kijkt nog eens goed naar de man. Een man in een ridderpak die praat als een bejaarde, het moet niet gekker worden. “Ben ik op de kermis en is dit een attractie?” “Ik breng u wel naar de koning, hij kan wel wat bedenken” zegt de ridder. Joris loopt met de oude ridder mee naar een kasteel. Hij komt bij de poort van het kasteel aan. Er staan twee poortwachters “wat komt gij doen?” “Ik ben Joris” zegt Joris. Maar al snel zegt de oude ridder: “dit is een achterneef van mij, en laat ons nu naar binnen!” De poortwachters luisteren en ze gaan naar binnen. Ze komen op een heel groot marktplein. Verderop ziet Joris een grote toren. Ze lopen er naartoe. De oude man loopt voorop. Ze gaan de toren binnen. Hij komt bij een mooie kamer. Een grote man zegt met lage stem: “Hallo, ik ben heer Nicolaas , en ik heb gehoord dat jij Joris bent. Ik wijs u een kamer aan, met bewaking, maar ik verwacht wel dat je morgen om acht uur in de rechtszaal bent.” Joris gaat naar zijn kamer, kleedt zich uit, en gaat in bed liggen. Joris kan die nacht maar moeilijk slapen. Hij denkt na over wat er deze dag gebeurd is: Hij zat thuis en zag voetstappen in de sneeuw. Hij liep er achteraan. Hij kwam bij een tijdmachine en verdween. Hij kwam aan in het jaar 623, en werd naar een kasteel gebracht. Daar kwam hij een ene Heer Nicolaas tegen en moest hij de volgende dag bij een rechtsbank zijn. En toen lag hij hier en viel hij langzaam in slaap.
Joris ligt in bed en doet zijn ogen open. Er schijnt een fel ochtend licht in zijn gezicht. Joris stapt uit bed en kleedt zich aan. Hij ziet op zijn horloge(uit 2012 meegenomen) dat het al half acht is. Hij rent naar de eetzaal(die bijna helemaal leeg is) en bestelt een stuk brood en wat te drinken. De bediende loopt weg en Joris bekijkt de prachtige zaal. Hij ziet prachtige muurschilderingen en schilderijen. Mooie stenen beelden van Heer Nicolaas. Nu hij er over denkt komt het hem bekent voor. Hij lijkt op Sinterklaas! Hij kijkt verder en ziet een mooi portret. Hij blijft ernaar kijken en ziet dat het portret langzaam verandert! Van een stokoude vrouw, naar een beeldschone jonkvrouw. Joris knippert nog eens goed met zijn ogen. Het portret beweegt! De jonkvrouw zwaait naar Joris. Joris bloost en zwaait terug. Erg vreemd: zwaaiende portretten en Sinterklaas als burgemeester. Opeens hoort Joris een stem achter zich. Het is de bediende. De bediende zet het eten neer en Joris betaalt. Hij eet het eten op en kijkt de zaal nog eens goed rond. Heel erg vreemd dat alles beweegt. Joris kijkt op zijn horloge en ziet dat het vijf voor acht is! Joris rent de zaal uit op zoek naar de binnenplaats. Joris rent om een hoekje en loopt tegen iemand aan. Joris kijkt om hoog. “Ik ben Jan Arend van der Vlucht, ook wel bekend als de rechter van dit dorp. En u heet?” “J-Joris, Joris de Vries. Het spijt me dat ik tegen u op liep.” “Dat geeft niet zegt de rechter.” “Weet u misschien waar de rechtsbank is?” De rechter zegt: “loop maar met mij mee, ik moet ook naar de rechtbank, maar wel snel hoor, we zijn laat. En een goede rechter komt nooit te laat.” Joris loopt met de rechter mee. Ze komen uit bij een groot gebouw met twee deuren. De rechter duwt de deuren open en loopt samen met Joris naar binnen. De rechter zegt tegen Joris waar hij moet gaan zitten. Joris doet wat de rechter zegt en gaat zitten. De rechter loopt verder en gaat op een grote hoge stoel zitten. De rechter slaat met zijn hamer op het plankje: “Laat de verdachte binnenkomen!” De deuren gaan open en onder leiding van een paar bewakers komt er een grote dikke zwarte man binnen, die wat tegenspartelt. De deuren blijven open en er komt een lange dunne blanke man binnen. Hij is de advocaat en zegt: “Excuses voor mijn cliënt, hij is nogal wild.” De rechter slaat nogmaals met zijn hamertje op het plankje. “Wij hebben Joris de Vries in ons midden om te helpen deze rechtszaak op te lossen.” Joris is een beetje in de war hij moest toch voor de rechter komen. Nou ja, dit is beter. Joris weet het al als de rechtszaak net begonnen is: SCHULDIG. Als er een heel verhaal komt van de rechter ziet Joris de burgemeester stiekem naar buiten sluipen. Joris aarzelt even, maar gaat er toch achteraan. Burgemeester Nicolaas rent naar de binnenplaats pakt een bijl, slaat de poortwachters bewusteloos. Hij maakt de grote poort open, rent naar de rivier en slaat met zijn bijl de dam kapot. Al het water stroomt door de poort de burcht in. Joris had dat net op tijd gezien . Hij schreeuwt: “Stad onder water!” Joris rent naar de rechtsbank, gaat naar binnen en gooit de deuren met een klap dicht. De rechter schreeuwt: “WAT HEEFT DIT TE BETEKENEN.” Joris rent naar de rechter en begint het hele verhaal uit te leggen. De rechter zegt uiteindelijk:” Dat kan niet,” De rechter kijkt naar de stoel waar Nicolaas hoort te zitten. O NEEE schreeuwt de rechter. Ik wist dat heer Nicolaas wat van plan was. “Oké” zegt de rechter ”ga nu allemaal naar het dak”. De mensen doen wat de rechter zegt en als laatste gaat de rechter samen met Joris het dak op. Eenmaal op het dak zegt Joris: ”Ik zie dat heer Nicolaas de poort achter zich heeft gesloten.” Joris zegt: ”Dit moet ik doen, ik heb al mijn zwemdiploma’s. De rechter wilde nog wat zeggen maar Joris was al in het water gedoken. Joris zwemt naar de poort, hij kan niet openmaken want hij zit op slot. Joris gaat onder water en probeert de balk voor de poort weg te halen. Het lukt niet. Joris gaat weer naar boven om adem te halen. “Nu! Met alle kracht!” Zegt hij in zich zelf. Joris gaat weer onder water en dit keer lukt het! De poort gaat open en al het water kan wegstromen. De mensen op het dak van de rechtsbank klappen voor Joris en schreeuwden: ”Joris is de held van de stad! Joris wacht tot het water van de stad weg is gelopen. Joris loopt naar de rechtsbank toe en zegt: “Het is gelukt” De mensen joelen en juichen voor Joris. Totdat er een troep ridders binnen stormt. De ridder zegt “we hebben jullie burgemeester gevangen, en hem verhoort. Hij is veroordeeld tot 30 jaar kerker.” De mensen juichen nog harder voor Joris en de troep ridders. De rechter zegt: “Zeg ridders blijven jullie eten?” De ridders kunnen daar natuurlijk geen nee op zeggen. Zo zitten de burgers, de ridders en natuurlijk Joris aan een lange tafel, helemaal gedekt met eten. Opeens klinkt er een hele harde knal. Joris rent naar buiten en ziet daar iets glinsteren. Joris weet het weer: het is de tijdmachine! Joris rent naar de zaal en zegt:” Ik heb heel erg van deze tijd genoten, maar nu moet ik toch echt naar huis. De mensen juichen nog eens voor Joris en hij loopt weg. Joris kijkt op zijn horloge en ziet dat het al 25 december is, dus kerstmis. Dat mag Joris niet missen. Joris loopt naar de tijdmachine en pakt hem vast. Alles begint weer te draaien en Joris belandt zachtjes in de stoel in de huiskamer. Het gezin van Joris schrikt zich rot. De moeder van Joris zegt: “Waar kom je vandaan, wanneer ben je weg gegaan.” Joris legt alles uit aan zijn moeder en zo was het toch nog een mooie kerstmis!
|

groep 8


Voeg RSS Feed toe